Acties primair onderwijs

Wellicht hebt u via de media gehoord dat er weer acties komen in het primair onderwijs. Graag geven wij u meer informatie over de aanleiding voor deze acties.

Leraren, schoolleiders en schoolbestuurders in het primair onderwijs waren teleurgesteld over het regeerakkoord van Rutte III. Het nieuwe kabinet investeert weliswaar in het primair onderwijs, maar die investeringen zijn niet hoog genoeg en komen veel te laat. Het kabinet wil bijvoorbeeld pas vanaf 2021 voldoende geld in de werkdruk investeren.

Met Prinsjesdag werd al bekend dat er 270 miljoen euro beschikbaar komt voor het moderniseren van de arbeidsvoorwaarden, terwijl het PO-front heeft berekend dat er 900 miljoen nodig is om een eerste goede stap te zetten om de salarissen van de leraren gelijk te trekken met het salaris van docenten in het voortgezet onderwijs. Voorlopig lijkt het bij 270 miljoen te blijven en dat is niet voldoende om in de toekomst genoeg goede leraren te blijven behouden om het onderwijs voor de kinderen op peil te houden.

Daarnaast heeft het kabinet ook een bezuiniging op onderwijs aangekondigd. Vanaf 2021 gaat het voor het primair onderwijs jaarlijks om 61 miljoen euro. Wij waren hier onaangenaam door verrast. De minister heeft aangegeven dat hij deze bezuiniging zo min mogelijk wil laten neerslaan op het onderwijs in de klas. Het is echter de vraag waar het geld dan vandaan moet komen. Het primair onderwijs heeft de afgelopen jaren bezuiniging op bezuiniging gestapeld zien worden, met tekorten tot gevolg. Iedere bezuiniging wordt onherroepelijk gevoeld in de school.

De organisaties die samenwerken in het PO-front hebben op 7 november een gesprek gevoerd met de nieuwe minister van Onderwijs, Arie Slob. De samenwerkende onderwijsorganisaties hebben daarbij een ultimatumbrief voor nieuwe acties overhandigd aan de minister. Dit ultimatum was op 5 december afgelopen. Minister Slob heeft geen uitsluitsel gegeven dat het kabinet 1,4 miljard euro vrijspeelt om het salaris in het primair onderwijs te verhogen en de werkdruk te verlagen. Dit betekent dat er morgen, 12 december 2017 een landelijke staking is. Op elke Keender school is besproken hoe de actiebereidheid is, en op basis van die uitkomsten bepaalt de directeur of de school gesloten is. Hierover hebben de ouders informatie van hun school ontvangen.

Iedere werknemer in Nederland heeft op basis van het stakingsrecht het recht om het werk neer te leggen. Meestal protesteren werknemers dan tegen hun werkgever. Het is in Nederland vrij uniek dat werkgevers en werknemers samen optrekken bij acties.

In het primair onderwijs doen we dat nu wel, omdat de nood nog steeds hoog is. De actiegroep van leraren PO in Actie, de vakbonden en de sectororganisatie PO-Raad werken hierbij samen onder de naam PO-front.